Piet Gas | Onze adviezen
21386
page-template-default,page,page-id-21386,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.2.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Vervoeren van gasflessen

Rook niet tijdens het vervoeren, laden en/of lossen van gasflessen. Het maakt niet uit of de gasflessen vol of leeg zijn. Zet de motor van de auto af als u gasflessen aan het laden of lossen bent. Vervoer volle gasflessen, maar ook lege gasflessen met dichtgedraaide kraan. Vervoer uw gasflessen altijd (indien mogelijk) rechtop staand.Zet uw gasflessen goed vast in de auto, zodat ze niet kunnen omvallen of door de auto vliegen wanneer u onverwachts moet remmen, of in het geval van een verkeersongeluk. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het vervoer. Haal uw gasflessen bij aankomst direct uit de auto en zet de gasflessen op een goed geventileerde, en koele opslag plaats.

Brandpreventie op vakantie

Veel Nederlanders trekken er ’s zomers op uit met een eigen vakantieverblijf. Helaas gebeuren er regelmatig onderweg, op de camping of op het water ongelukjes, omdat onvoldoende aandacht is besteed aan (brand)veiligheid. Hier leest u hoe u ook op vakantie zorgvuldig omgaat met gas.

Gas in de caravan

  1. Zet een gasfles altijd op een voor gasflessen bestemde plaats, zoals in de disselbak in de caravan.
  2. Zet de fles altijd rechtop en zorg dat de gasfles niet kan omvallen. De plek waar u uw gasflessen bewaart, moet koel, goed geventileerd en onbereikbaar voor kinderen zijn.
  3. Gebruik geen gasslangen die langer zijn dan 1,5 meter. Let erop dat het goed gekeurde hoge-drukgasslangen zijn. vernieuw uw slang op tijd, dit is wel afhankelijk van de soort gasslang.
  4. Zorg voor goede slangverbindingen: gebruik de juist slangtule en slangklemmen of laat het vast maken met pershulsen.
  5. Sluit gasflessen af als u ze niet gebruikt. Doe dit met uw handen, niet met gereedschap.
  6. Laat werkzaamheden aan gasleidingen liever over aan vakmensen.

Geen LPG

Het gebruik van LPG (autogas) in gasflessen is verboden en kan levensgevaarlijk zijn. In tegenstelling tot een (auto)gastank voor LPG (autogas) heeft een gasfles namelijk geen overvulbeveiliging. Bij herhaald overvullen met LPG (autogas) kan de gasfles bezwijken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Laat het vullen van gasflessen over aan erkende gasvulstations.

Drukregelaars

Gebruik altijd de juiste drukregelaar tussen gasfles en gasapparaat. De vereiste gasdruk vindt u op het typeplaatje van het gasapparaat. Gaat u op een gasfles apparaten met verschillende gasdrukken aansluiten, dan moet u uiteraard ook verschillende drukregelaars gebruiken. Laat de drukregelaars regelmatig controleren en vervang deze indien nodig.

Gastoestellen

Laat gastoestellen jaarlijks controleren, schoonmaken en afstellen. Zorg altijd voor goede ventilatie in de ruimte waarin ze worden gebruikt. Houd gordijnen handdoeken en andere makkelijk brandbare materialen op veilige afstand van uw kook- en verwarmingstoestellen.

Op de boot

Een brand is altijd gevaarlijk. Op een boot komt er nog bij dat u niet gemakkelijk kunt vluchten. Aan boord zijn bijzondere voorzorgsmaatregelen nodig, en bijzondere handelingen als er toch brand uitbreekt.

Gas op de boot

Plaats gasflessen aan boord in een goed geventileerde, bij voorkeur metalen gaskast of gasbun. Let verder op het volgende:

  1. Er moet voldoende ruimte zijn.
  2. Gebruik bij schotpassages een schotdoorvoer.
  3. Zorg dat de leiding goed is gebeugeld.
  4. Gebruik voor aftakkingen de juiste geheel in messing (verplicht in de scheepsvaart) koppelingen. een gasleiding aan boord moet overal goed zichtbaar zijn en mag niet onder de waterlijn of door motor- en accuruimten lopen. Beperk de kans op lekkages tot een minimum.
  5. Gebruik zo weinig mogelijk koppelingen, een bocht in de leiding is beter dan een haakse koppeling. Gaat dit niet gebruik dan geheel in messing (verplicht in de scheepsvaart) koppelingen.
  6. Bescherm de leidingen tegen mechanische schade.
  7. Monteer flexibele slangen zo dat ze niet door buiging overmatig worden belast. Vervang de gasslangen regelmatig.
  8. Gebruik voor alle verbindingen Alleen geheel in messing (verplicht in de scheepvaart) knelkoppelingen, en voor zacht koperenleiding steunbusjes om insnoering te voorkomen.
  9. Sluit kachels, geisers, kooktoestellen en koelkasten altijd aan met een aansluitkraan. Kachels en geisers, kooktoestellen en koelkasten moeten op een vaste leiding zijn aangesloten. Aan Kachels, geisers, kooktoestellen en koelkasten mag u een flexibele leiding aansluiten met een maximale lengte van een meter.

Wat te doen bij brand?

Breekt er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch brand uit, onderneem dan de volgende acties:

  1. Verwijder gasflessen uit de omgeving van de brand.
  2. Meld de brand bij receptie of portier.
  3. Waarschuw andere campinggasten en breng zo nodig mensen in veiligheid.
  4. Probeer uitbreiding te voorkomen door zelf de brand te gaan blussen. als dat niet lukt, sluit dan de ramen en deuren van de caravan, de camper of het huisje.
  5. Zorg voor een vrije aanrijroute voor de brandweer.
  6. Licht de brandweer bij aankomst in over eventuele slachtoffers en de aard en toedracht van de brand. blijf – uiteraard op veilige afstand – in de buurt om de brandweer zo nodig meer informatie te geven.

Brandblussers

In geen enkel vakantieverblijf mag een brandblusser ontbreken. Doe-het-zelfzaken hebben een groot assortiment.

Voor elk brandblusapparaat geldt:

  1. Zorg dat u een brandblusser met een minimale inhoud van twee kilo bij de hand hebt.
  2. Plaats de blusser bij de uitgang van uw tent, caravan, camper of boot.
  3. Koop nooit een brandblusser zonder het keurmerk van het ministerie van BZK.
  4. Lees zorgvuldig de instructie en herhaal dat zo nu en dan. Maak ook uw reisgenoten vertrouwd met het gebruik van de brandblusser.
  5. Laat de blusser regelmatig, tenminste een keer per jaar, door de leverancier keuren.
  6. Bedenk dat u met blussers maar een beperkte tijd kunt blussen. Benader daarom de brandhaard zo dicht mogelijk voordat u gaat blussen, staat u buiten blus dan met de wind in de rug. Spuit de blusser niet in een keer leeg, maar spuit met korte stoten.
  7. Laat de blusser direct na gebruik opnieuw vullen, ook al is de blusser nog niet helemaal leeg.

Energiebelasting (REB) of Accijns

Als gebruiker van vloeibaar gas, betaalt u een heffing over elke liter gas die u inkoopt. Afhankelijk van de toepassing betaalt u Accijns of Reguliere energiebelasting (REB). REB bent u verschuldigd wanneer u het gas gebruikt voor verwarmingsdoeleinden, de aandrijving van voertuigen voor de niet openbare weg, zoals een heftruck of de boot, maar ook wanneer u het gas gebruikt voor de caravan of barbecue. Accijns betaalt u wanneer u het gas gebruikt voor de aandrijving van voertuigen op de openbare weg. het accijnstarief is lager dan het REB-tarief, want voor de voertuigen voor de openbare weg betaalt u ook nog de wegenbelasting. De overheid ziet dan ook nauw toe op een juiste verstrekking van het gas.